Categorieën
Gemeenteraad

Schriftelijke vragen aan het College over excuses voor het slavernijverleden

Geacht College,

Wij hebben kennisgenomen van de oproep van de burgemeester aan de regering om ‘sorry’ te zeggen voor de slavernij. Zijn pleidooi heeft bij de Rotterdamse VVD-fractie een aantal vragen opgeroepen. 

  1. Sprak de burgemeester namens het College?
  2. Is de burgemeester van mening dat de gehele Nederlandse samenleving verantwoordelijk is of gehouden moet worden voor de aan slavernij gerelateerde activiteiten in de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw? Zo nee, welk deel van de samenleving wel en welk niet? 
  3. Gelooft de burgemeester in het fundamentele uitgangspunt van de democratische rechtsstaat, dat individuen slechts verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun eigen daden? Zo ja, waarom geldt dat uitgangspunt naar zijn opvatting niet als het gaat om verantwoordelijkheid voor de slavernij?
  4. Recent is een onderzoek van Pepijn Brandon c.s. naar de economische omvang van de aan slavernij gerelateerde activiteiten gepubliceerd, waaruit blijkt dat dit, althans in de tweede helft van de 18e eeuw, ongeveer 5.2 procent van het BBP was. Heeft de burgemeester kennisgenomen van dit onderzoek? Hoe rechtvaardigt de burgemeester de stelling dat de Nederlandse samenleving als geheel verantwoordelijkheid draagt voor die activiteiten? 
  5. Is de burgemeester van mening dat fenomenen als kansenongelijkheid en arbeidsdiscriminatie een (directe) relatie hebben met de slavernij? Zo ja, hoe beoordeelt hij dan de ontwikkeling die Nederland sinds de afschaffing van de slavernij in 1863 heeft doorgemaakt, daarbij in ogenschouw houdende dat in Europees Nederland slavernij nooit was toegestaan? 
  6. Hoe beoordeelt hij in dit licht de ontwikkeling van Nederland tot grondlegger van de Universele Rechten van de Mens en voornaam internationaal voorvechter daarvan, tot grondlegger van de Europese Unie, tot voornaam ontwikkelingspartner van Afrika, tot voorvechter van internationale solidariteit in de breedste zin des woords, en tot gidsland op het gebied van sociaal-culturele ontwikkeling gericht op de gelijkwaardigheid en emancipatie van alle mensen? Is dít niet wat een ‘groot en sterk’ land doet? Voort, zo ja, kan de burgemeester een voorbeeld noemen van een land dat hierin verder is?
  7. Hoe rechtvaardigt de burgemeester, dit alles overwegende, de stelling dat Nederland nog met de donkere bladzijdes uit zijn verleden af moet rekenen? Zijn al deze daden niet veel belangrijker dan welke paar woorden ook?
  8. Is de burgemeester het met de indieners van een initiatiefvoorstel in de Amsterdamse gemeenteraad eens dat excuses voor de slavernij nodig zijn om ‘een morele norm aan de samenleving op te leggen’? Is de burgemeester het met hen eens dat het in onze samenleving nog niet de morele norm is dat slavernij, racisme en discriminatie niet kunnen? Is de burgemeester van mening dat de Nederlandse samenleving zich nog onvoldoende van de slavernij en de onderliggende morele normen heeft afgekeerd? Is de burgemeester van mening dat het slavernijverleden onvoldoende wordt erkend en betreurd?
  9. Is de burgemeester het met de VVD-fractie eens dat dergelijk activisme handelt vanuit een gitzwart beeld van de Nederlandse samenleving, dat de allerdaagse werkelijkheid, waarin mensen uit alle windstreken op voet van gelijkwaardigheid met elkaar samenleven, geen recht doet? Kan de burgemeester zich voorstellen dat dergelijke uitspraken voor veel Nederlanders voelen als een botte trap tegen de schenen? 
  10. Slavernij, als ultieme uiting van ongelijkwaardigheid en als medemenselijkheidsinfarct, is een afschuwelijk fenomeen, waar elke samenleving zich zo ver mogelijk vandaan zou moeten ontwikkelen. Kan de burgemeester het zich voorstellen dat het veel Nederlanders verontwaardigt dat juist in Nederland het slavernijverleden zo op het heden wordt geprojecteerd, terwijl Nederland in de ontwikkeling daar vandaan verder is dan nagenoeg welk ander land ook? 
  11. Is de burgemeester het voorts met de VVD-fractie eens dat het, om te komen tot een meer op gelijkwaardigheid en medemenselijkheid gebaseerde wereld, van groot belang is om te beseffen dat slavernij in de hele geschiedenis, over de hele wereld, op grote schaal is voorgekomen? Zo ja, is de burgemeester dan ook bereid om in zijn internationale contacten bij andere landen met een slavernijverleden, zoals Turkije en de Arabische Emiraten, aan te dringen op de erkenning daarvan?
  12. Is de burgemeester het met de VVD-fractie eens dat het zinvoller is om in de Nederlandse samenleving verbinding te zoeken rond de fundamentele waarde van gelijkwaardigheid en van de versterking daarvan een gezamenlijke opdracht te maken, dan ons te blijven laten verdelen door een verleden waar niemand die nu leeft persoonlijk bij betrokken was?

Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet. 

Tim Versnel