Categorieën
Gemeenteraad

Spreektekst debat n.a.v. onthullingen NRC/Nieuwsuur over salafistische scholen

Voorzitter, dank u wel 

Het is wat de VVD betreft simpel. 

Mag je dit een rotland vinden? Ja dat mag je.

Mag je bekrompen ideeën hebben over homoseksualiteit? Dat mag ook.

Mag je een traditionele rolverdeling willen binnen je huwelijk? Zeker.  

Mag je ‘gewoon vroom’ willen leven? Ja dat mag ook

Mag je zoveel mogelijk willen leven zoals een groepje dat in het Midden-Oosten deed zo’n 1400 jaar geleden? Ja, het lijkt mij erg onpraktisch, maar dat mag je ook.

In Nederland heb je die vrijheid. En je hebt die vrijheid onder slechts één voorwaarde: dat je de vrijheid om ongestoord je eigen pad te kiezen ook aan anderen geeft. 

Vrijheden is er niet om op te eisen, uit te kauwen en over een ander heen te spugen. Vrijheid is er alleen voor wie die vrijheid netjes doorgeeft. Met twee handen en een glimlach.  

Dus wat niet mag, is kleine kinderen aanleren dat homoseksualiteit eigenlijk gestraft hoort te worden met de dood. 

Of kleine kinderen leren dat ze niet met andersgelovigen, minder-gelovigen of niet-gelovigen horen om te gaan. Dat mag niet. 

Of kleine kinderen de zichzelf vervullende verwachting aanleren dat de buitenwereld bedreigend voor ze is, en vijandig naar ze is, en dat hier geen plek voor ze is. Dat mag niet. 

Het interesseert me niet onder welke vlag zoiets gebeurt, of dat nou een religie is, een ideologie, of wat dan ook. Dat maakt het niet erger dan het is. En dat maakt het ook zeker niet acceptabeler dan het is. Het kale, naakte feit is dat jonge, beloftevolle en weerloze kinderen een wereldbeeld vol angst, afkeer en haat door de strot wordt geduwd. Het is radicale indoctrinatie, die pervers genoeg plaatsvindt met een beroep op de vrijheid. Vrijheid opeisen om daarmee de vrijheid aan anderen te ontnemen. Dat mag niet. Daar is geen enkele vrijheid voor bedoeld.  

Voorzitter, het pijnlijke is dat wij het hier in april van dit jaar en zelfs in januari van vorig jaar al over eens leken te zijn. Als kwetsbare kinderen in hun ontwikkeling worden gehinderd, zei de burgemeester in april en vorig jaar, dan ja, dan moet de gemeente daartegen optreden. Ten allerminste heeft de gemeente dan de taak om met de ouders in gesprek te gaan en hen indringend te vragen of zij zich realiseren wat ze aanrichten. Maar, verzekerde hij ons, er zijn geen aanwijzingen dat dit in Rotterdam nodig is. 

Voorzitter, ik heb daarom achttien vragen aan de burgemeester:

  1. Allereerst: heeft u de bevindingen van NRC en Nieuwsuur inmiddels kunnen verifiëren?
  2. Vindt hij dat het type informeel salafistisch onderwijs dat NRC en Nieuwsuur hebben geopenbaard kwetsbare kinderen in hun ontwikkeling hindert? Of valt dit wat hem betreft onder “onschuldig onderwijs in orthodoxe opvattingen”, om woorden te gebruiken die hij in april gebruikte? Als hij dat vindt, hoe verhouden deze “orthodoxe opvattingen” zich dan tot de burgerschapsdoelen die van links tot rechts worden omarmd? 
  3. Is hij het met de VVD eens dat hier sprake is van hoogst onwenselijke radicale indoctrinatie die beschadigend is voor de kinderen in kwestie en de democratie en onze open samenleving ondermijnt? 
  4. Hoe kan het dat de gemeente niet wist dat we in onze stad wel degelijk twee moskeescholen hebben waar dit soort radicale indoctrinatie plaatsvindt? 
  5. Wat is de kwaliteit van de informatiepositie van onze gemeente, ondanks de ferme zelfverzekerde woorden die daarover bij herhaling zijn uitgesproken, als we dit niet wisten? Hoe kan het dat ons netwerk van sleutelfiguren dit heeft gemist? Of als ze het wel hebben wel opgemerkt, niet hebben gemeld? 
  6. Hoe kijkt het College nu terug op de nogal passieve grondhouding die spreekt uit de Collegebrief over informeel onderwijs, die we naar aanleiding van de bespreking in april hebben ontvangen, waarin met zoveel woorden staat dat we nu eenmaal geen goed overzicht van het informeel onderwijs hebben en dat we het verkrijgen daarvan maar aan de Rijksoverheid overlaten? 
  7. Hoe verhoudt dat zich tot wat de verantwoordelijk wethouder in april tijdens het debat liet weten, namelijk dat ieder jaar de veiligheid, het pedagogisch klimaat, en de bevordering van burgerschap in jeugdverblijven zoals de moskee-internaten wordt onderzocht? Hoe gebeurt zo’n onderzoek? 
  8. Waarom heeft de -terechte- obsessieve focus op gelijke kansen voor alle kinderen en de terechte houding dat we daarbij verder gaan dan wettelijk noodzakelijk, mogelijk niet gegolden voor kinderen op religieuze instellingen? Waarom wist de gemeente het niet, of wilde de gemeente het niet weten, of was de gemeente angstig om bij vermoedens door te pakken, of werd het – God verhoede dat dat is wat er aan de hand is – onder het tapijt geschoven omdat het bestuurlijk, politiek of maatschappelijk gevoelig ligt? 
  9. Kan de burgemeester ons verzekeren dat kwesties als deze nooit onder het tapijt worden geschoven, uit bezorgdheid over de mogelijk polariserende uitwerking ervan?
  10. Hoe kan het dat twee journalisten aan het daglicht hebben kunnen brengen wat al onze diensten, ambtenaren, informanten en inspecteurs blijkbaar is ontgaan? 

Voorzitter, tot zover de terugblik. Nu vooruit. 

Veel van wat er moet gebeuren ligt op het bord van de wetgever in Den Haag. 

  1. Allereerst moet buitenlandse financiering eindelijk worden gestopt. Dat staat ook in het regeerakkoord, maar het gebeurt maar niet. Is de burgemeester bereid om samen met de andere getroffen gemeenten op te trekken en bij het Rijk in niet mis te verstane woorden duidelijk te maken wat de maatschappelijke gevolgen zijn van haar gedraal en getreuzel? 
  2. De Onderwijsinspectie moet worden versterkt en een ruimer mandaat krijgen. Is hij bereid ook daarbij op spoed aan te dringen? 
  3. En ja, ik verwacht er geen actie op van het College, maar het is essentieel dat de Kamer op voorstel van mijn gewaardeerde collega Dijkhoff opnieuw werk maakt van een handhaafbaar verbod op organisaties die onder het mom van godsdienstvrijheid de democratie ondermijnen.

Maar voorzitter, we kunnen op dat alles niet gaan zitten wachten. We kunnen ook zelf al wel wat doen. 

  1. Allereerst moet de weerzin tegen deze radicale indoctrinatie die breed binnen de Islamitische gemeenschap zelf leeft worden gemobiliseerd. Is de burgemeester bereid om samen met Islamitische organisaties al het mogelijke te doen om de redelijke krachten te versterken en hen middelen te geven om in actie te komen tegen radicale indoctrinatie? 
  2. Is hij bereid om wijkagenten, BOA’s, wijkteams, scholen en anderen in de haarvaten van de samenleving beter toerusten om radicale indoctrinatie te signaleren en ertegen in actie te komen?
  3. Is hij bereid om met politie, inlichtingendiensten, FIOD, Bouw- en Woningtoezicht een actief verstoringsbeleid te voeren richting instellingen waar radicale indoctrinatie plaatsvindt? 
  4. Is hij bereid om met een afvaardiging van deze raad een besloten expertsessie te organiseren om verdere stappen uit te denken?
  5. En is hij bereid om de grenzen van de wet op te zoeken, bijvoorbeeld die van de Jeugdwet en de Wet herziening Kinderbeschermingsmaatregelen, om kinderen tegen radicale indoctrinatie te beschermen? 

Voorzitter, tot zover mijn vragen.

Ter afronding wil ik via u iets zeggen tegen de vele mensen die de berichten en de uitzending vorige week hebben gezien en zich boos hebben gemaakt, en die zich zorgen maken. Net als ik zelf. Maar wat wij ons moeten realiseren is dat wij niet echt wat te vrezen hebben. Onze liefde voor vrijheid, voor elkaar, voor onze manier van leven, is onwankelbaar. Daar kunnen nog geen miljoen fundamentalisten iets aan veranderen. Wij vormen met z’n allen een stralende berg, waar vanuit de hele wereld begerig naar wordt gekeken. En die berg wijkt geen millimeter, voor niemand. Als er iets is dat we mogen voelen, dan is dat zelfvertrouwen, en trots. En in dat gevoel delen inmiddels ook ontzettend veel Hollandse moslims, die net zo van deze stad en dit land houden als ieder ander. Laten we hen echt omarmen. 

En voor de berg, helemaal beneden in de modder, daar zitten de extremisten, die elke dag vol angst en gruwel naar die stralende berg kijken, en zichzelf een grimmig en uitzichtloos bestaan opleggen. Ze ontzeggen zichzelf alles wat het leven hier zo mooi maakt en zullen nooit volwaardig kunnen meedoen in dit prachtige land.

Daarom zeg ik tegen de mensen waar het vandaag over gaat: Zweer de haat af. Omarm gelijkwaardigheid, en vrijheid. Dan is er ook voor jullie plek op onze berg. Maar de berg komt niet naar jullie. De berg wijkt niet. Jullie zullen naar de berg moeten komen. 

Dankuwel.