Verschil mag er zijn. Toch?

Socialisme heeft in ons land nooit echt kans van slagen gehad. Daarvoor is het calvinisme te diep in onze volksaard ingesleten. Hier geldt niet ‘eerlijk zullen we alles delen’, maar ‘ieder moet z’n eigen boontjes doppen’. Die moraal, diepgewortelde persoonlijke verantwoordelijkheid, is de succesformule van ons land geweest. Bij tegenslag kijk je eerst wat je zelf anders had kunnen doen, in plaats van te klagen over een ander. En verschil dat je niet bevalt, is reden om jezelf omhoog te werken, in plaats van de ander naar beneden te trekken. Verschil moet er wezen, werd niet voor niets gezegd. We worden er allemaal beter van. In een wereld die steeds concurrerender wordt, en waarin onze welvaart steeds minder vanzelfsprekend is, doen we er goed aan om die moraal af te stoffen en te koesteren.

Want mag het verschil er nog wel wezen, tegenwoordig? En maakt het nog wel dat goede in ons los? Die vragen dringen zich de laatste tijd zo nu en dan aan me op. Zo ook toen we vorige week spraken over de stedelijke onderwijsplannen. Het grote doel is gelijke kansen voor ieder talent. Niet gek voor een stad die van iedereen het allerbeste nodig heeft, en waar het door achterstanden en tekorten nog lang niet lukt om dat ook van iedereen te krijgen. Er zijn verschillen, en die motiveren tot actie. We willen vooruit. So far so good.

Maar dan gaat het mis. In plaats van doelgericht de oorzaken van de verschillen aan te pakken, analyseren mijn linkse vrienden dat er in het onderwijs een toenemende ‘tweedeling’ is tussen kinderen van hoogopgeleide en kinderen van laagopgeleide ouders. De schuld wordt op voorhand resoluut buiten henzelf gelegd. Kinderen van hogeropgeleiden worden bevoordeeld, krijgen goede hoge schooladviezen en komen daardoor op een hoger eindniveau uit, en kinderen van lageropgeleiden worden voortdurend onderschat en kleingehouden en komen zo uiteindelijk onder hun eigenlijke niveau uit – of ze moeten het via de lange omweg die we ‘stapelen’ noemen doen. 

Kijk, natuurlijk is er verschil in de onderwijscarrières van kinderen van hoogopgeleide en van laagopgeleide ouders, en je kunt op je klompen aanvoelen dat dit verschil niet in het voordeel van de tweede groep uitpakt. Maar wat je, als je de onderzoeken induikt, ook ziet: het grootste deel van de mensen zit ergens tussenin. Die ‘tweedeling’ is een fictie. En dit beeld van de tweedeling leidt af.

Want die verschillen, waar komen die nou eigenlijk vandaan? Wat blijkt: opleidingsniveau of ‘het systeem’ veroorzaken het niet, maar gewoon ouderwets individueel gedrag. Er zijn hartstikke veel kinderen van laagopgeleide ouders waar het helemaal naar behoren mee gaat, en ook andersom. Waar het echt om gaat is de betrokkenheid van de ouders en de werkhouding die ze leren aan hun kind. Oftewel: hoe belangrijk maak je school voor je kind? Hoe betrokken ben je? Ga je naar de tafeltjesavond? Vraag je of het huiswerk af is en controleer je het ook? Spreek je thuis Nederlands? 

Het gaat dus niet om pech, om geluk, om onrecht, om rendementsdenken, om marktwerking of om welke andere reden dan ook die linkse politici kunnen bedenken om mensen maar niet op hun persoonlijke verantwoordelijkheid hoeven aanspreken. De verschillen in het onderwijs, die ‘tweedeling’ voor wie perse wil, is het resultaat van het gedrag van de ouders. Dus als we iets aan die verschillen willen doen, laten we dan daarbeginnen.

Voordat dat lukt zal er nog wat water door de Maas moeten. Want in plaats van het echte probleem bij de hoorns te vatten, hoor je linkse politici er zelfs voor pleiten om de bijl in de vrijwillige ouderbijdrage te zetten, om scholen ‘breder toegankelijk’ te maken. Die bijdrage moet gemaximeerd worden, vinden ze, en scholen moeten verplicht worden om luid en duidelijk te communiceren die hij vrijwillig en zeker niet verplicht is. Maar dat mensen de vrijwillige bijdrage niet als vrijblijvend ervaren is hartstikke terecht. En voor die bijdragen hoef je niet rijk te zijn, maar het onderwijs van je kind moet wel een hoge prioriteit voor je hebben. Dat is precies het punt ervan. En voor wie aantoonbaar het echt niet kan betalen, is er op elk van deze scholen potjes. Mag je als ouder het onderwijs van je kind zo belangrijk vinden dat je het perse naar een school wil sturen waar je dankzij de bijdrage zeker weet dat de andere ouders hun kind ook achter de reet aanzitten tot het huiswerk is gemaakt? Alsjeblieft zeg, natuurlijk. Sterker nog, daar kan de rest van de stad een voorbeeld aan nemen. En als dat gebeurt, is het vanzelf niet meer nodig.

Deze column is oorspronkelijk gepubliceerd op Dagblad010.nl