Categorieën
Meningen

Voldaan

Ik heb me niet kandidaat gesteld voor een nieuwe termijn als raadslid. Dat is een positieve beslissing, die ik na grondig denkwerk met een goed gevoel neem. 

Raadslid zijn in onze prachtige stad is eervol en je kunt veel moois doen. Ik ben hartstikke trots op wat we deze periode met het VVD-team voor elkaar hebben gekregen. Van het bouwen van een recordaantal huizen voor starters en middeninkomens, tot het aanleggen van zeven nieuwe groene oases. Van een ongekend pakket acties voor meer veiligheid, tot het Rotterdams Klimaatakkoord. Het zijn stuk voor stuk dingen die de stad voor de lange termijn sterker maken.

Ik ben ook trots op mijn persoonlijke initiatieven. Zoals het nuttiger maken van de tegenprestatie die mensen in de bijstand moeten leveren, het antidiscriminatieplan in een bijzondere samenwerking met Denk, en mijn voorstel om de vlag een grotere plek in de stad te geven. Van aanvoerdersbanden voor jeugdsportteams, tot de welkom-in-Rotterdam borden langs de weg — het symbool van onze saamhorigheid zie je steeds vaker terug. En het is nog niet klaar. Er komen tussen nu en maart volgend jaar nog een paar heel mooie dingen bij. 

Raadslid zijn is een nevenfunctie: je doet dat naast een normale baan. Daar heb ik ook niet stilgezeten. Met SUE, een consultancy en opleidingsinstituut in gedragsvraagstukken en innovatie, zijn we rap aan het groeien. De opgaven waar we door overheden, bedrijven en NGO’s voor worden ingeschakeld, worden zo’n beetje per week nóg interessanter. En onze fantasie reikt nog veel verder. Er is de komende jaren ontzettend veel inspirerend en impactvol werk te doen. Om daar de rol in te kunnen spelen die ik ambieer, en tegelijk ook nog een fijne broer, zoon, vriend en man te kunnen zijn, moet ik kiezen en focussen.

Dus dat heb ik, met een voldane blik naar achteren en een hongerige blik vooruit, gedaan. 

Categorieën
Meningen

Waarom ik lang tegen een Rotterdams vuurwerkverbod was, en daar nu voor ben

De kogel is door de kerk: er komt in Rotterdam een vuurwerkverbod. Ik vond dat een moeilijke beslissing. Tot afgelopen weekend ben ik daar tegen geweest. Zelf heb ik alleen heel leuke eigen ervaringen met vuurwerk. Als kleine Tim ging ik elk jaar met vrienden en een grote zak astronauten over straat. Ik herinner me hoe gaaf ik het vond, hoe bijzonder de sfeer was. Na twaalven allemaal voor de deur pijlen en potten afsteken, de buren een gelukkig nieuwjaar wensen. Ook deze laatste jaarwisseling heb ik nog het een en ander afgestoken, van vuurwerk dat een goede vriend had meegenomen. Dat waren mijn ervaringen met vuurwerk. Daarom was ik altijd tegen een verbod. Vuurwerk, daarmee doe je toch niemand kwaad, dat is toch gewoon leuk?

De afgelopen week heb ik na verschillende gesprekken, waaronder met fractiegenoten, mijn eigen ervaringen eens geparkeerd en bewust geprobeerd de andere kant te zien. Daardoor ben ik er voor het eerst echt van doordrongen geraakt dat de ervaringen van heel veel andere mensen heel anders zijn. Niet meer de straat over durven. Halve explosieven naar je toe geworpen krijgen. Er zijn 1300 gewonden gevallen, waarvan de helft omstanders. Agenten zijn doelbewust belaagd. Er ontstond in wijken een sfeer van totale wetteloosheid. Jongemannen dachten dat ze alles konden maken. Auto’s werden in de fik gestoken, zelfs bij mij om de hoek twee stuks. Het werd elk jaar erger.

Dat kán niet. Dat valt niet te accepteren. Mijn pleziertje, en dat van anderen die ook fijne ervaringen met vuurwerk hebben, weegt niet op tegen al die angst, dat leed, die vernielingen, dat geweld. En bovendien: kijk eens een van de vele dappere mannen en vrouwen van onze politie, brandweer, handhaving en ambulances in de ogen. Wil je hen vragen om voor dat pleziertje van ons elke keer weer dat gevaar in te duiken? Ik wil dat niet meer.

Daarom sta ik er volledig achter dat mijn collega’s en ik nu hebben besloten dat wij voor een vuurwerkverbod in Rotterdam zijn. Er staat tegenover dat er substantieel geld komt om in elke buurt een professionele vuurwerkshow te organiseren. Hopelijk wordt dat een mooie traditie die voor iederéén leuk is, waar mensen zich veilig voelen en onbezorgd met hun flesje en oliebollen naartoe kunnen komen, om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen.

Categorieën
Meningen

De VVD doet wat Fortuyn schreef

Dit opiniestuk is oorspronkelijk gepubliceerd op woensdag 3 april 2019 in het Algemeen Dagblad.

Vorige week schreef Joost Eerdmans (fractievoorzitter Leefbaar Rotterdam) op deze plek dat met het integratiebeleid van zijn opvolger, VVD-wethouder Bert Wijbenga, “kostbare jaren” zullen worden “verspild door pappen en nathouden.” Het beleid “is ontdaan van de geest van Fortuyn.” Het deed me denken aan Eerdmans’ reclamefilmpje bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. In dat filmpje werden de successen van vier jaar Leefbaar-beleid opgenoemd. De crisis is voorbij, de stad trekt weer bedrijven aan, enzovoorts. En toen kwam het: “de integratieproblemen zijn aan de kaak gesteld.” Huh? Niet “we hebben er wat aan gedaan”, maar “we hebben het aan de kaak gesteld.” Oftewel: we zijn bij elke gelegenheid woedend en ‘schande!’-roepend naar de microfoon gestoven, en dat was het wel. Was dat dan die ‘geest van Fortuyn’? 

Het is in ieder geval zeker níet de geest van zijn boeken, waarmee velen van mijn generatie politiek volwassen zijn geworden. In zijn scherpe analyses legde hij de vinger op de zere plek, aan beidekanten van de integratiekwestie. Zijn doel was niet om minderheden aan te klagen, zijn doel was problemen oplossen. Hij schreef scherp op dat de waarden van sommige minderheden niet bij onze vrijheid passen. Maar óók dat we daar pas verandering in kunnen brengen als hun plek en kansen in de maatschappij verbeteren. Zolang dat niet gebeurt blijft men hangen in gesloten en afgezonderde gemeenschappen. Het kan je niet aan staan, maar c’est ça.

Geheel in dezegeest gaat de coalitie aan de slag. Het fundament is dat we staan voor onze waarden, voor onze vrijheid en gelijkwaardigheid. Daarin wijken we geen millimeter, voor niets en voor niemand. We verschillen hierin niet van Leefbaar, behalve dat wij het liever zelfverzekerd en stellig doen dan boos en op hoge toon. Bovendien handhaven we de wet, onverzettelijk en onvermurwbaar. Daarin gaan we een stuk verder dan het vorige College. Meer geld, meer camera’s, meer handhavers, meer agenten, meer bevoegdheden en meer controles. Wie weigert om op een positieve manier mee te doen, krijgt met de wet te maken.

Daar hoort bij dat we eindelijk echt de hand uitsteken naar iedereen die wel mee wildoen, maar waarbij het nog niet lukt. Bijvoorbeeld door discriminatie nu eens in ernst aan te pakken. En wij staan ervoor dat we met z’n allen de diversiteit van onze stad accepteren. Alle Rotterdammers moeten voelen dat ze erbij horen en dat hun toekomst alleen in Rotterdam ligt. 

Eerdmans mag dit onzin vinden, maar het was onder zijnbewind dat een groep Turkse Rotterdammers zo ver van de Nederlandse samenleving afdreef dat ze op de Erasmusbrug met hun vlaggen begonnen te zwaaien. Daar heeft al zijn aan-de-kaak-stellerij in ieder geval niets tegen geholpen.